Gezondheid Tips van de pedagoog

20-06-2019

Lust ik niet... of toch wel?!

Gezond en lekker eten: het kan wel. Zeker als je er vroeg mee begint. Maar ook als je kinderen al wat ouder of moeilijke eters zijn of als je omgeving je kind overlaadt met frisdrank en snoep.

Het is niet zo moeilijk om aan lekkere gezonde recepten te komen en een voedzame maaltijd op tafel te zetten of gezonde tussendoortjes aan te bieden. Maar hoe krijg je je kind zover dat het genoeg groente en fruit eet? En hoe krijg je het weer gezellig aan tafel, zonder de dagelijkse strijd om het eten?

Het is goed om je te realiseren dat jonge kinderen echt moeten leren eten en wennen aan alle verschillende smaken. Baby’s hebben bij hun geboorte duizenden smaakpapillen. Hierdoor is een kindje heel gevoelig voor smaken en hebben ze een voorkeur voor milde smaken. Sommige smaken zijn gewoon nog iets te uitgesproken, ze proeven er ‘te veel’ van. Naarmate een kind ouder wordt en het aantal smaakpapillen in de mond afneemt (met tien jaar is er nog maar de helft over), kan het steeds meer smaken aan.

(Vergelijk met volwassenen: Rond het dertigste jaar zijn er nog maar tweehonderdvijftig smaakpapillen over! Wij proeven dus gewoon minder en kunnen daarom veel meer sterkere smaken aan en waarderen ook meer verschillende smaken dan kinderen.)

Ook hebben jonge kinderen een aangeboren voorkeur voor zoet en afkeer van bitter en zuur (die staan in de natuur vaak voor dingen die niet goed zijn). Toch kunnen ze wel leren wennen aan deze smaken en ze lekker gaan vinden. Daarvoor moeten ze eenzelfde smaak vaker proeven. Geduld loont!!

Als je baby de overstap gaat maken naar vast voedsel, kan je hem uitdagen het zelf te proberen. In plaats van gepureerd eten kun je je baby stukjes groente of  fruit geven die hij zelf in zijn mond kan stoppen. Bv. zacht gekookte broccoli, zoete aardappel of wortel.  Je baby zal het eten gaan onderzoeken, ermee spelen en jou waarschijnlijk na-apen. Het kan wel een kliederboel worden omdat je baby experimenteert met het eten (fijnknijpen, op de grond gooien), maar zo kan hij spelenderwijs verschillende vormen en texturen en smaken ontdekken en wennen aan vast voedsel. Je baby leert eten in zijn eigen tempo en kan zo zelf aangeven hoe en hoeveel hij eet. Je kunt hier vanaf ongeveer 6 maanden mee beginnen. Het is  wel belangrijk, ook als je gepureerd eten geeft, om je kind tijdens het eten goed in de gaten te houden i.v.m. mogelijke verslikking.

Ook als je kind al wat ouder is, is het goed om hem actief bij voedsel te betrekken. Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en speels en staan open voor nieuwe ervaringen. Door hierop in te spelen prikkel je hun belangstelling en zullen ze meer plezier krijgen in eten:

Het begint al bij het bedenken wat jullie zullen gaan eten. Maak samen met je kind een boodschappenlijstje: wat gaan we eten en welk spullen hebben we daarvoor nodig?

Neem je kind ook mee met boodschappen doen. Samen zoeken naar gezonde producten is leuk! ‘Leg jij de bloemkool in het wagentje?’ of  ‘Zoek jij maar drie groene appels!’ Of vertel wat jullie gaan eten en laat ze meehelpen bedenken welke ingrediënten daarvoor nodig zijn en ze opzoeken in de winkel.

En dan natuurlijk samen het eten klaarmaken: een peuter kan helpen om de aardappels aan te geven die jij schilt (en ze dan in de pan water te laten plonsen) of boontjes te punten met de handen, de ovenschaal invetten met een kwastje en tafeldekken. Oudere kinderen kunnen helpen groente snijden en in de pan roeren. En tijdens het snijden van de groente kan er natuurlijk alvast geproefd worden! Reepjes paprika, stukjes komkommer. Helpen kan al op jonge leeftijd, als je alert bent op de risico’s van bv een hete pan of een scherp mes. En wat is er leuker om op een vrije (mid)dag samen wat gezonde snacks te bakken? Genoeg leuke recepten zijn te vinden op internet.

Kinderen zijn vaak trots dat ze hebben geholpen of dat ze zelf hebben gekookt waardoor het proeven en eten makkelijker gaat.

En dan de maaltijd zelf: maak het zo gezellig mogelijk aan tafel, eet samen met elkaar en neem de tijd. Zorg dat je kind niet kort voor de maaltijd een tussendoortje heeft gehad dat erg vult, zoals melk of koek. Als je kind behoefte heeft aan een snack, geef dan liever reepjes groente of stukjes fruit.

Schep niet teveel op: jij kiest wat er gegeten wordt en je kind kiest hoeveel het eet.

Laat een kind tijdens de maaltijd zoveel mogelijk zelf doen, bv. zelf een lepel in de hand om ook hapjes te nemen, zelf proberen boter op brood te smeren, enz. Knoeien hoort erbij!

Probeer de maaltijden en tussendoortjes af te wisselen. Elke dag hetzelfde als ontbijt of mee naar school voor de lunch, maakt het weinig spannend. Bovendien zorgt afwisseling ervoor dat je kind nog meer verschillende voedingsstoffen binnen krijgt. Maak eens grappige creaties van fruit en groente of geef de mandarijn of banaan in het lunchtrommeltje met stift een gek gezichtje.

Daag je kinderen uit om nieuwe dingen te proeven. Je kunt ten slotte pas zeggen dat je iets niet lust als je het vaker geproefd hebt. Blijf positief en dwing proeven niet af. Geef je kind een compliment als het iets geproefd heeft en accepteer het als ze niet direct lekker vinden.  Gebruik eten liever niet als straf of beloning.

Kortom: laat kinderen ermee spelen, knutselen, rekenen, koken, eten, afval verwerken. Prikkel hun nieuwsgierigheid naar de vormen, kleuren, geuren, smaken van een spruitje, rode kool, walnoot, rozijn of meloen. Laat ze ruiken, voelen, luisteren, kijken, proeven. Als je jezelf ook openstelt voor nieuwe smaken en gerechten, zullen kinderen graag mee experimenteren en proeven. Goed voorbeeld doet volgen! Misschien niet direct, maar wel na verloop van tijd.